Juist zij! Dat zijn we aan elkaar verplicht. 


En hop daar gaat er weer één. Een besluit dat mij toch even met vertwijfeling achterlaat. Nee toch, het zal toch niet? Een onderwijsmens in hart en nieren die zich de mond laat snoeren door….? Iemand die niet bang is om misstanden aan de kaak te stellen of juist een bijdrage aan het debat te leveren. En natuurlijk ben ik het niet met alles eens maar het is in ieder geval iemand die haar ‘kop boven het maaiveld durft uit te steken’ en op een eerlijke manier durft te discussiëren. Zichtbaar en met respect voor anderen. En dit is niet de eerste. Er gingen haar al velen voor. Sommigen verdwijnen tijdelijk van Twitter, anderen geven er voorgoed de brui aan. 

Ik ga me niet bezig houden met de schuldvraag, ga geen mensen in de beklaagdenbank zetten maar wil wel graag even mijn ‘ei’ kwijt.

Ik snap werkelijk niet dat mensen die zich dagelijks met onderwijs bezighouden, nadenken over beleid, werken met kinderen, onze jeugd begeleiden, doceren aan de mensen van de toekomst, zich tot zo’n niveau kunnen verlagen. Mensen op de hak nemen, door het slijk halen door spellingsfouten het internet op te slingeren, te stalken, zwart maken en wat al niet meer. 
Je hoeft het niet met elkaar eens te zijn. We hoeven geen eenheidsworst te worden en allemaal de zelfde visie op onderwijs te hebben. We hoeven niet allemaal onderwijstechnologie met dezelfde frequentie of op dezelfde manier in te zetten. 
We hoeven elkaar niet te overtuigen van ons gelijk maar we moeten wel omgaan met verschillen, met verschillende meningen, met een veranderende samenleving, met voortschrijdende inzichten op het gebied van leren. We zullen nooit allemaal op het zelfde antwoord uitkomen, dezelfde oplossing als ‘goed, beter, best’ beschouwen. 

Maar……

Juist zij, die een voorbeeld zouden moeten zijn voor onze jeugd. Die de volwassenen van de toekomst moeten begeleiden om te gaan met sociale media.

 Juist zij, die dagelijks te maken hebben met de afnemende tolerantie in een wereld waar geweld, oorlog en armoede heerst.

Juist zij, die gevolgen van vastgelopen onderhandelingen, afwijkende politieke meningen dagelijks in hun werkpraktijk en klassen ervaren. 

Juist zij hebben een een voorbeeldfunctie, moeten de verbinding opzoeken en elkaar met respect behandelen. 

Juist zij zullen de volwassenen van de toekomst moeten leren om van perspectief te wisselen en vraagstukken vanuit meerdere kanten te bekijken. 

Juist zij zouden elkaar moeten bevragen, leren begrijpen en samen moeten zoeken naar oplossingen. 

Juist zij zouden als geen ander moeten weten weten dat er verscheidenheid is en dat er misschien wel niet één maar meerdere wegen zijn. 

Juist zij zouden empathie moeten hebben voor de ander, anders denkenden, anders lerenden en anders levenden in een wereld waar dit steeds verder naar de achtergrond lijkt te verdwijnen. 

Als zij, nee als wij ons al niet eens kunnen ‘gedragen’ op het internet, gooi dan ook al die lessen mediawijsheid, cursussen veilig internetten en alle pestprotocollen maar meteen in de prullenmand. Kinderen en jongeren leren heel veel van wat ze ons als volwassenen zien doen en zien posten op de Sociale media. 

Juist zij!! 

Karin Donkers

Edublogger / Bloggerscollectief / Onderwijswijf 

Veel vragen, veel opmerkingen maar hier mijn verhaal op mijn moment 


Het is geen verantwoording afleggen maar er komen zoveel vragen over mijn keuze, mijn stappen en mijn motivatie, dat ik het graag met jullie wil delen. Op mijn moment en op mijn manier. En nu is het tijd. 
Een ding wist ik zeker, even geen schoolleider meer. Niet omdat ik geen fijne tijd als schoolleider heb gehad of geen mooi team om mee te werken. Dat was zeker niet het geval, maar ik was duidelijk toe aan iets anders. Wat? Ik wilde leraren coachen, schoolteams begeleiden bij de invoering van een sociale elektronische leeromgeving, Werkplekleren een plek geven in het PO en de daarbij behorende scholing verzorgen. Een besluit dat niet zomaar genomen wordt. Waar best wat slapeloze nachten aan zijn besteed. Ik zou eerst een jaar verlof opnemen maar heb toch gekozen om ontslag te nemen omdat het voor mij duidelijk was dat ik niet terug wilde als schoolleider op mijn toenmalige school. En zo geschiedde op 31-7-2015.

Met mijn leidinggevende heb ik wel de afspraak mogen maken dat als ‘het’ niet zou bevallen, niet zou lukken, ik dan weer in dienst kon komen bij de stichting in ieder geval als leraar.

Ik mocht het dus een jaar uitproberen. 
Ik kreeg meteen als zzp-er een overeenkomst voor 3 dagen aangeboden en ging veel leren. Alles was nieuw, alles was een avontuur en alles was spannend. En wat heb ik veel geleerd. Maar al snel bleek dat de PO markt aardig op slot zat voor wat betreft innovatieve ontwikkelingen en dat ik zeker niet geschikt was voor marketing en aquisitie. Hoezeer ik ook geloof in de diensten en producten van dit bedrijf, ik ben geen verkoper. Ik ben iemand die mensen enthousiasmeert door mijn eigen enthousiasme en blijk een zeer groot onderwijshart te hebben. Ik ben iemand die graag met mensen iets moois ‘neerzet’, iets samen ontwikkelt. Ik mag graag mensen begeleiden en zien ‘groeien’ in hun ontwikkeling. Dit heb ik echter het afgelopen jaar niet kunnen doen of in ieder geval te weinig. 

Gedurende dit eerste jaar gebeurden er in mijn privé leven een aantal dingen die mij deden realiseren dat je heel kwetsbaar bent en je heel erg nodig kan zijn voor je naasten. Een ziekte of gebeurtenis kan je hele leven op z’n kop zetten. En natuurlijk wist ik dit wel door het overlijden van mijn echtgenoot 6 jaar geleden, maar dat ‘dit’ nu opnieuw zoveel energie zou vreten, weet ik nu meer dan ooit. 
Mijn nieuwe’ baan stond in het teken van teveel omschakelingen en trieste maar ook blije gebeurtenissen en ik merkte dat er steeds minder ruimte overbleef om zorgen te moeten maken over dingen als inkomen en sociale zekerheid. Het benauwde me als ik ’s ochtends om 6 uur in de auto stapte na een zware dag of nacht. En begrijp me goed die nacht was niet zwaar geweest omdat die was ingevuld met uitspattingen, drankmisbruik of andere niet nader omschreven activiteiten. De nachten maar ook dagen waren zwaar vanwege alle nieuwe indrukken, het wennen aan een andere werkomgeving met de daarbij horende investeringen en targets, maar nog veel meer door de zorg en spanning over ziekten en opnames van meerdere familieleden. De angst om er niet te zijn als ik nodig was, ver weg zat en eerst twee tot drie uur moest rijden voor ik weer ‘thuis’ was, me geen ziekte- of verlofdagen kon permitteren omdat ik niet verzekerd was. De vele ongelukken onderweg naar mijn werklocatie maakte deze onzekerheid alleen maar groter. Ik miste op mijn thuiswerkdagen de afleiding en samenwerking met een team of collega’s. 

Ik vond geen ruimte en energie om me te oriënteren op mogelijkheden buiten het bedrijf waar ik mijn eerste opdracht kreeg. De drie dagen waren even naast alle persoonlijke ervaringen en ontwikkelingen meer dan genoeg. Ik gebruikte mijn vrije dagen om creatief bezig te zijn en tot rust te komen.
En voor je weet is het dan juni en zijn we een jaar verder. En in de commerciële wereld moet geld verdiend worden en moet jouw salaris wel op de èèn of andere manier terugverdiend worden. Mijn targets werden niet gehaald en de onheilstijding dat men mij geen garantie meer kon geven voor 3 dagen werk volgde. En hoewel deze boodschap niet helemaal uit de lucht kwam vallen, sloeg ie wel in als een bom. Er ontstond toch iets van paniek en al snel werden de eerste sollicitatiebrieven geschreven en gesprekken gevoerd. Ik was echter zo moe en wist eigenlijk ook helemaal niet wat ik wilde. Ik wilde me geen zorgen om inkomen en sociale zekerheid hoeven maken. Ik ben immers wel kostwinnaar en heb als zelfstandige geen recht op een uitkering. 

Ik besloot dus, hoe moeilijk die stap ook was, om een afspraak met mijn voormalig leidinggevende te maken. 

Ik zou weer voor de Stichting gaan werken maar niet meer als leidinggevende. Alle aantrekkelijke vacatures voor leraar waren natuurlijk zo kort voor de vakantie inmiddels vervuld. De mogelijkheden voor een baan als schoolleider of interim wees ik af. Ik besloot echter wel dat ik niet kieskeurig zou zijn, want ik bevond me in een hele afhankelijke positie. Niettemin had ik voor mezelf wel heel helder dat er op dit moment even geen energie en ruimte was voor een managementfunctie met de daarbij behorende verantwoordelijkheden. Mijn privésituatie en mijn eigen welbevinden lieten dat niet toe.
Een week voor de vakantie werd ik gebeld met de vraag of ik drie kleutergroepen wilde begeleiden. Drie verschillende groepen, samenwerken met drie verschillende leraren op twee verschillende locaties. Een onderwijsconcept dat misschien wel lijnrecht staat tegenover de visie Ontwikkelingsgericht Onderwijs, maar wel kleuters. De leeftijdsgroep waar ik mijn onderwijscarrière ooit mee begonnen was. Geen eigen groep, dus minder verantwoordelijkheden en misschien is dat op dit moment wel het beste. 

‘Kinderen zijn kinderen’ gonsde het door mijn hoofd. Ga het gewoon doen en ga vanuit daar maar weer verder kijken. Ga de activiteiten waar je hart ligt, zoals het begeleiden en coachen van schoolteams en individuele leraren, naast je werkzaamheden verder uitbouwen. Of ga weer gelukkig worden in het onderwijs, bij de kleuters of elders. Je krijgt nu de kans om dit weer te gaan doen. Misschien ‘past’ dit wel even het best bij de ‘woelige tijden’ waar je je in begeeft. 
Ik ben het gesprek aangegaan en heb meteen ja gezegd. Ik had deze zekerheid nodig en was blij dat een schoolleider van dezelfde stichting het aandurft, om na jaren als schoolleiders te hebben samengewerkt, mij als leraar op zijn school te hebben. Ik ben heel duidelijk en eerlijk geweest over mijn keuzes en motivatie en dat werd gewaardeerd. Zodra er een mooie kans voorbij komt, zal ik weer stappen maken. Als mijn privé-situatie dat toe laat en ik er zelf aan toe ben. Het komende jaar mag dat maar hoeft het niet.

Hij (de schoolleider) is duidelijk geweest over zijn verwachtingen en over het feit dat er geen tweede schoolleider binnen zijn team kan komen en dat dat van mij flink wat aanpassing zal vragen. Ik ben enkele dagen goed van slag geweest en heb flink gehuild. Het voelde als falen en terug gaan met hangende pootjes. Maar al gauw kwam het besef dat niet proberen je een gevoel van spijt zou hebben kunnen gegeven want ‘niet geschoten is altijd mis’. Het is anders gelopen dan ik had gehoopt maar er is geen spijt. Ik heb het afgelopen jaar veel geleerd maar vooral dat gezondheid, dus geestelijk en lichamelijk welbevinden echt het belangrijkste is. 

Ik zal het komende schooljaar drie dagen weer met ‘mijn poten in de klei staan’ en daarnaast als zzp-er de mogelijkheid houden om coachings-en begeleidingstrajecten te doen En mocht de laatstgenoemde te veel tijd in beslag gaan nemen, zal ik opnieuw keuzes moeten/mogen maken. En zal mijn bemoeienis of ergernis mbt het leidinggeven of visie op school te ingewikkeld worden, weet ik wat mij te doen staat. 

Maar het is goed zo, voor nu.

Een gesprek wordt moeilijker, de dagen lijken steeds meer op elkaar. 

img_6129De telefoon gaat over maar er wordt niet opgenomen. Ik weet dat ik het ben vergeten, haar verjaardag. Nog geen 10 minuten later gaat mijn telefoon. “je bent mijn 77 ste verjaardag vergeten.” “Ja daarom belde ik, ik bied mijn excuses aan, gewoon vergeten. Ik was een paar dagen weg.” “Ja maar ik ben wel 77 geworden.” “Ben je morgen thuis? Dan kom ik even een kopje koffie bij je halen?” Als ik het rode telefoontje op mijn iPhone indruk, realiseer ik me dat dit de eerste keer is dat ze me herinnert aan haar verjaardag die ze nooit viert. Ze viert het ook niet maar snakt naar bezoek, naar aanloop. Na een opname van een aantal maanden in een verpleeghuis na haar val en operatie is ze weer enkele weken thuis. De aanloop is sterk vermindert en ze heeft me eerder al vertelt dat ze misschien wel beter af was in het verpleeghuis.

Ze heeft ook niet veel meer, geen kinderen en weinig mogelijkheden om er zelf op uit te trekken. Ze kan niet meer lopen en ook haar gezichtsvermogen laat haar in de steek. Ze is afhankelijk van hulp, hulp die haar familie haar niet kan bieden maar van de professionele thuiszorg niet aanvaardt. Ze wil het zelf doen maar mist de energie, de vechtlust en dus blijft alles zoals het is en wordt dagelijks een beetje minder. Ze wil niet geholpen worden en wij kunnen haar niet helpen. Haar dag bestaat uit opstaan met ondersteuning van de thuiszorg, zitten, koffie drinken, hapje eten, wat televisie luisteren, roken, roken, roken en weer naar bed met de hulp van de thuiszorg. Ze heeft geen gespreksstof en bouwt geen nieuwe ervaringen op die kunnen leiden tot nieuwe gesprekken. Het verleden en herinneringen maken dat er soms nog iets van interactie op gang komt. Maar vragen worden beantwoord met een knik of een korte ja of nee. Haar leventje speelt zich af op twee vierkante meter, een tafel met een stoel en een televisie op de kast. Binnen handbereik op die tafel haar telefoon, de afstandsbediening, een potje met een laagje water, een zak hondenkluifjes, een stapeltje onbetaalde rekeningen en sigaretten. Een stapeltje met pakjes op voorraad en wat reserve wegwerpaanstekers.

Ik trek aan de deurbel naast de hardhouten deur, geen reactie maar wel een een raampje dat openstaat als een uitnodigend luikje in de deur. Ik steek mijn hand erdoor en pak de trekker van het slot om mij toegang te verschaffen tot haar woning.
“Hallo, kan ik verder komen?” Van de gang loop ik rechtstreeks naar de keuken. De prachtige woonkamer met bronzen beelden, meerdere schitterende orchideeën, prachtige schilderijen en Chesterfield bankstel wordt al lang niet meer gebruikt. Ik zie haar zitten en haar mond beweegt zonder dat er woorden komen. Ze trekt heftig aan haar sigaret. Ik kus haar maar bij de tweede kus draait ze haar hoofd weg. Ach natuurlijk ze wil altijd maar één kus of nog liever geen. Hoe kon ik het vergeten? Haar ogen sprankelen heel even of beeld ik me dat in, wil ik het graag zien.

De dooddoeners van altijd dezelfde vragen komen ook nu weer.
Hoe is het met je?
Heb je nog wat van het weer kunnen genieten?
Wat voor ebook ben je aan het luisteren?
Lukt het wat met de thuishulp?
Ik krijg korte onbevredigende antwoorden en moet er echt aan trekken. Ik word er ongemakkelijk van, van de stilte en de realisatie dat ze niet meer tot echt antwoorden in staat is. Ik vertel over mijn kinderen, mijn werk, mijn ouders en over wat mij zoal bezighoudt.

In mijn ooghoeken zie ik op de televisie dat het programma ‘Spoorloos’ net begint. Om mijn ongemakkelijke gevoel weg te nemen zet ik het geluid wat harder. De zoektocht naar een biologische vader brengt de kijker terug naar de jaren van opbouw na de Tweede Wereldoorlog. De tijd waar ook zij opgroeide als oudste in een gezin van zes kinderen. Ik zie de aandacht in haar ogen en besluit niets te zeggen. Na zo’n minuut of tien verslapt de aandacht, het gesproken woord verandert in anderstalige interviews die ze niet kan volgen door haar slechte zicht. Hoe ging dat bij jullie vroeger? Hoe waren de jaren voor jullie als jonge meisjes? Hoe zijn jullie vanuit Den Haag hier terechtgekomen? Ze schuift wat op haar stoel maar vertelt, vertelt en geeft langere antwoorden op mijn vragen. Er is plotseling wel gespreksstof en voor haar een mogelijkheid om het te hebben over vroeger. Blijkbaar zijn de beelden goed geweest voor een korte opleving. Even aansluiten bij de belevingswereld van deze vrouw. De herinneringen worden gedeeld en er ontstaat een mogelijkheid om nieuwe vragen te stellen. Fijn!

Als ik terugloop door het laantje naar mijn geparkeerde auto, kijk ik nog even om. Lange dagen zo maar de tijd wordt steeds korter. Hoelang zal dit nog goed gaan, wanneer komt het telefoontje van èèn van de twee zussen die nog in leven zijn. “Ze is weer gevallen.” Het is een kwestie van tijd, zij weet het en zij weten het. Maar het is zoals het is. Tot volgende week.

Karin Donkers

Edublogger / HetKind Bloggerscollectief