De school, een plek waarna men een leven lang wil blijven leren.

‘In een andere mens het verlangen wekken om op een volwassen manier in de wereld te willen (be) staan.’



De opening van de NIVOZ avond met Gert Biesta. Als ik naar huis rij van Driebergen naar Alkmaar, is net deze zin die na resoneert in mijn hoofd. Het gekke is dat ik op dat moment niet precies weet waarom dat is. Pas later realiseer ik me dat het deze zin is die ik associeer met: “Kinderen van nu zijn de volwassenen van straks, zij zullen niet genoeg hebben aan een opleiding in een bepaalde richting, maar het zijn deze kinderen die een leven lang leren voor de boeg hebben.”

En juist daarom is het zo belangrijk dat onze leerlingen weten waarom ze bepaalde dingen leren, wat het doel is. Dat ze mogen experimenteren en onderzoek mogen doen. Leren moet niet naar binnen gericht zijn maar naar buiten gericht. De dialoog en het niet zeker weten zijn daarbij van groot belang. Dit is immers de manier om open te blijven staan voor de input en zienswijze van de ander. De ander, die we nodig hebben op onze weg naar volwassenenheid, bij onze zoektocht door het leven en het vinden van ons plekje in een steeds complexere maatschappij. Het kan toch immers niet anders, je moet er naar verlangen om hetgeen je leert in te zetten, te gebruiken. Leren moet dus functioneel en betekenisvol zijn. 

Het verlangen wekken, brengt bij mij ook het woord ‘nieuwsgierigheid’ naar boven. Verlangen om het te willen weten, het te willen leren, het te willen doen, mee te willen doen. Dit verlangen, deze nieuwsgierigheid is volgens mij de basis voor een leven lang leren. Is dit verlangen er niet, dan zullen de kinderen van de toekomst ‘wegkruipen’ in voor hen ‘veilige’ beroepen en niet de noodzaak zien om zich steeds te blijven ontwikkelen. Open te blijven staan voor veranderingen en vernieuwingen. Het mee willen doen, onderdeel willen zijn van onze Nederlandse samenleving en daar energie in willen steken. 

Ik denk dat we daarom alleen al moeten kijken wat voor veranderingen er in ons huidige onderwijssysteem nodig zijn. Wat er nodig is om ‘het kind’ van nu te laten verlangen om op een volwassen manier in de wereld te willen (be) staan. De school, een plek waar volwassenheid geoefend mag en kan worden. In mijn ogen een plek waar het dus niet gaat om kinderen in een zo’n kort mogelijke tijd allemaal op het zelfde meetbare niveau te brengen. Of waar we dag in dag uit methoden volgend onderwijs verzorgen en kinderen blad na blad de goede antwoorden laten invullen. Maar waar het misschien juist wel gaat om van kinderen ‘blije lerenden’ te maken. 

De school, een plek waarna men een leven lang wil blijven leren. 

We hebben contact, door eerst even mee te gaan in zijn patroon. 


Een afgekloven zacht knuffelpopje in zijn hand en een dikke traan op zijn wang. Aan de been van vader komt hij de groep binnen. Hij draagt een blauw Superman shirt en heeft gympen aan met van die lichtjes in de zolen. Ondanks zijn toch stoere uiterlijk, klemt hij zich bij elke stap vaster aan vader vast. Even probeert de man hem op te tillen maar zijn arm wordt al ‘bewoond’ door een peuter die ook niet van plan is hem los te laten. “Frits heeft moeite met afscheid nemen. Hij is deze week nieuw.” zegt vader.MTwee opmerkingen die eigenlijk totaal overbodig zijn, maar wat moet je zeggen. “Spannend he Frits? Het is ook mijn eerste dag en ik vind het eigenlijk ook best een beetje eng.” Frits lijkt niet getroost door mijn woorden en zijn zachte gesnik gaat nu over in hard huilen. “Ik wil naar huis.” Zijn vader is duidelijk wat in paniek en knielt bij hem. “Zo erg is het niet, ik kom je straks weer ophalen.” Hij kijkt mij aan en ik zie zijn ogen waterig worden. “Ik vind het zo moeilijk, ik kan ook geen afscheid nemen.” Ik glimlach even en zeg dan:”Moeilijk hè en dan voor Frits ook.” “Kom maar Frits, geef papa maar een kus dan gaan wij een stoeltje zoeken. Of wil je gezellig even bij mij zitten?”Dat valt helemaal niet goed en Frits kiest ‘eieren voor zijn geld’. Hij gaat huilend op een stoeltje zover mogelijk bij me vandaan zitten. Zijn popje verdwijnt nu bijna in zijn mond en vader loopt nog een keer maar hem toe om nogmaals een kus te geven. “Dag Frits, tot straks.” Nog even steekt Frits zijn handen uit maar dan geeft hij op en zakt berustend maar huilend wat in elkaar. Af en toe wordt het geluid harder onder het voorlezen maar ik zie hem ook rond kijken. Als de uithalen heel erg worden, vraag ik hem of hij het boekje wil laten zien. Maar ook hier wordt negatief op gereageerd. We proberen nog een kort gesprekje in de kring te voeren maar door het gehuil kunnen we elkaar nauwelijks verstaan en ik besluit eerst maar met de groep buiten te gaan spelen. 

Buitengekomen blijft hij op een afstand staan kijken, nog steeds met zijn slappe popje in zijn hand. Als alle kinderen hun speelgoed uit de schuur hebben gekozen, kijk ik zijn kant uit. Ik loop naar hem toe en probeer een gesprekje aan te knopen. Ik vraag wat en vertel wat. Maar er komt niets ‘terug’. Ik vraag hem of hij nog iets wil kiezen maar ook daar alleen een nee snik. Ik besluit hem maar even met rust te laten en loop naar Rik toe die ook nieuw is vandaag maar bijna ‘onzichtbaar’. Rik heeft in de kring alleen maar om zich heen gekeken, niets gezegd en geen contact gemaakt. Hij staat bij het klimrek en ik vraag hem of hij daar al op kan klimmen. Hij straalt als ik hem aanspreek en begint meteen met klimmen en te vertellen hoe hij het een en ander doet. Ik mag hem van alles vragen en Rik vertelt onder zijn verwoede klimpogingen van alles over zijn vakantie en zijn familie. Hij voelt zich duidelijk meer op zijn gemak en laat graag zien wat hij allemaal al kan. “Je lijkt wel een echte bergbeklimmer.” zeg ik dan. “Ik ga even bij Frits kijken, tot straks.” 

Ik kijk om en zie Frits rondjes lopen met zijn hoofd naar beneden. Hij heeft niet eens in de gaten dat de karren rakelings langs zijn benen rijden. Hij gaat helemaal op in zijn activiteit. Ik loop naar hem toe en vraagt of hij niet lekker in de zandbak wil spelen. “Ik loop rondjes” zegt hij. Even lijkt het alsof het contact dat ik met Frits ga krijgen niet meer dan het hoognodige zal zijn vandaag. “Juf Karin wanneer komt papa weer?” Maar dan besluit ik om net als bij Rik mee te gaan in zijn activiteit. Ik ga ook rondjes lopen. Eerst even verder bij hem vandaan maar dan steeds dichter bij hem. Hij staat stil, kijkt naar mij en loopt weer verder. Al lopende vertel ik dat papa na het spelen hem weer op komt halen en stel ik hem wat vragen. Geen antwoord maar ik besluit nog niet op te geven en vertel hem wat ik na schooltijd ga doen. En daar komt Frits! Papa gaat vanmiddag samen met hem en zijn broertje naar het bos. Voor het middageten gaat papa extra lekkere broodjes halen en zijn broertjes heeft de bijnaam ‘de kleine bulldozer’ omdat hij alles omver gooit. Hij lacht als hij dit vertelt en ik geef hem een papieren zakdoekje waarmee hij zijn tranen droogt. De vragen die ik vervolgens stel worden stilstaand en met een lach op zijn gezicht beantwoord. 

We hebben contact. Niet door hem mee te nemen in mijn planning, maar door eerst even mee te gaan in zijn patroon. 

Fijn! 

Karin Donkers

Edubloggers / HetKind Bloggerscollectief 

Juist zij! Dat zijn we aan elkaar verplicht. 


En hop daar gaat er weer één. Een besluit dat mij toch even met vertwijfeling achterlaat. Nee toch, het zal toch niet? Een onderwijsmens in hart en nieren die zich de mond laat snoeren door….? Iemand die niet bang is om misstanden aan de kaak te stellen of juist een bijdrage aan het debat te leveren. En natuurlijk ben ik het niet met alles eens maar het is in ieder geval iemand die haar ‘kop boven het maaiveld durft uit te steken’ en op een eerlijke manier durft te discussiëren. Zichtbaar en met respect voor anderen. En dit is niet de eerste. Er gingen haar al velen voor. Sommigen verdwijnen tijdelijk van Twitter, anderen geven er voorgoed de brui aan. 

Ik ga me niet bezig houden met de schuldvraag, ga geen mensen in de beklaagdenbank zetten maar wil wel graag even mijn ‘ei’ kwijt.

Ik snap werkelijk niet dat mensen die zich dagelijks met onderwijs bezighouden, nadenken over beleid, werken met kinderen, onze jeugd begeleiden, doceren aan de mensen van de toekomst, zich tot zo’n niveau kunnen verlagen. Mensen op de hak nemen, door het slijk halen door spellingsfouten het internet op te slingeren, te stalken, zwart maken en wat al niet meer. 
Je hoeft het niet met elkaar eens te zijn. We hoeven geen eenheidsworst te worden en allemaal de zelfde visie op onderwijs te hebben. We hoeven niet allemaal onderwijstechnologie met dezelfde frequentie of op dezelfde manier in te zetten. 
We hoeven elkaar niet te overtuigen van ons gelijk maar we moeten wel omgaan met verschillen, met verschillende meningen, met een veranderende samenleving, met voortschrijdende inzichten op het gebied van leren. We zullen nooit allemaal op het zelfde antwoord uitkomen, dezelfde oplossing als ‘goed, beter, best’ beschouwen. 

Maar……

Juist zij, die een voorbeeld zouden moeten zijn voor onze jeugd. Die de volwassenen van de toekomst moeten begeleiden om te gaan met sociale media.

 Juist zij, die dagelijks te maken hebben met de afnemende tolerantie in een wereld waar geweld, oorlog en armoede heerst.

Juist zij, die gevolgen van vastgelopen onderhandelingen, afwijkende politieke meningen dagelijks in hun werkpraktijk en klassen ervaren. 

Juist zij hebben een een voorbeeldfunctie, moeten de verbinding opzoeken en elkaar met respect behandelen. 

Juist zij zullen de volwassenen van de toekomst moeten leren om van perspectief te wisselen en vraagstukken vanuit meerdere kanten te bekijken. 

Juist zij zouden elkaar moeten bevragen, leren begrijpen en samen moeten zoeken naar oplossingen. 

Juist zij zouden als geen ander moeten weten weten dat er verscheidenheid is en dat er misschien wel niet één maar meerdere wegen zijn. 

Juist zij zouden empathie moeten hebben voor de ander, anders denkenden, anders lerenden en anders levenden in een wereld waar dit steeds verder naar de achtergrond lijkt te verdwijnen. 

Als zij, nee als wij ons al niet eens kunnen ‘gedragen’ op het internet, gooi dan ook al die lessen mediawijsheid, cursussen veilig internetten en alle pestprotocollen maar meteen in de prullenmand. Kinderen en jongeren leren heel veel van wat ze ons als volwassenen zien doen en zien posten op de Sociale media. 

Juist zij!! 

Karin Donkers

Edublogger / Bloggerscollectief / Onderwijswijf