Als je iets vraagt, mag ik toch ook nee zeggen?

IMG_5915
“Nog vijf minuten en dan is het tijd om op te ruimen.”
Enkele kleuters kijken me wat teleurgesteld aan, maar bij anderen zie ik toch een blik van … Ja ik denk opluchting. De dag zit er weer op, het is tijd om weer terug te gaan naar de echt vertrouwde omgeving. Net 4 jaar, het valt ook niet mee om meteen de hele dag op school te zijn en je plekje te moeten vinden in een groep van zo’n 30 kleuters. Even lijkt het of twee kinderen niet precies weten wat er gaat komen na het opruimen en naar huis gaan. Moeten ze naar de buitenschoolse opvang, worden ze door opa en ome opgehaald of staat mama op het plein?
“Karin wat voor dag is het vandaag?”
Het noemen van de naam van de dag is voor deze vierjarige al voldoende om richting te kunnen geven aan hoe de dag zich verder gaat voltrekken.
“Donderdag” antwoord ik.

Gerustgesteld maken ze een start met het opruimen van de kleine blokjes op het kleed in de bouwhoek. Langzaam vullen de stoeltjes in de kring zich met kleuters die al klaar zijn. Na wat aanwijzingen hier en daar lijkt het vandaag zomaar te vlotten met opruimen.
“Joost nog even de snippers in de prullenbak.”
“Katinka zet jij de duplo nog even in de kast.”
“Thijs je moet nu ook echt iets gaan doen want de anderen zijn al bijna klaar.”
Ik ga op mijn stoel zitten en kijk tevreden naar de kinderen die in boekjes en tijdschriften zitten te bladeren. Klaar betekent in de kring zitten om een boekje te lezen of met je buurman of buurvrouw even te praten. Let wel rustig praten zodat anderen er geen hinder van ondervinden. Ik pak mijn lege kopje op en zeg:
“Jelle zet jij die even in het keukentje voor mij?”
Jelle draait zich om, kijkt me even aan met zijn grote blauwe ogen en draait zich vervolgens weer naar zijn buurvrouw.
“Jelle” zeg ik met enige stemverheffing. Ik herhaal mijn vraag en opnieuw komt er niet de reactie waar ik op rekende.
“Jelle wil jij mijn kopje even in het keukentje zetten?”
“Nee Karin.” zegt hij en blijft me nu wat langer aankijken.
Ik merk dat ik toch wat stil val en en steek mijn hand met daarin het lege kopje naar hem uit.
Maar ook hier reageert Jelle niet echt op. Sterker nog hij kijkt me aan en blijft me aankijken.
“Toe, wil jij mijn kopje even wegbrengen?”
“Nee, dat wil ik niet.”
“Nou wat is dat nou, ik vraag je of jij hem even weg wil zetten?”
“Ik vraag het nog een keer. Wil jij het kopje even wegzetten?”
“Nee, ik ben lekker aan het lezen en wil dat niet.”
“Als je iets vraagt, mag je toch ook nee zeggen?”
Hij draait zich om en bladert verder in zijn grote boek over Dinosaurussen.

Even moet ik het laten bezinken. In mijn hoofd formuleer ik meerdere vragen die ik kon stellen of die aan mij gesteld konden worden. Jelle had inderdaad gelijk. Een vraag stellen biedt meerdere mogelijke antwoorden. Je geeft iemand een keuze. Nog nooit had een van de kleuters op deze manier gereageerd op mijn verzoek, op mijn vraag. Inwendig moest ik lachen want ik begreep dat Jelle een punt had. Hij maakte de keus om anders te kiezen en mijn kopje niet weg te brengen.
Hoe makkelijk zou het nu zijn om mijn gezag te laten gelden en het toch voor elkaar te krijgen dat dit kopje naar het keukentje ‘verdween’.
“Jelle, ik wil dat jij mijn kopje naar het keukentje brengt.”
Ik wist dat er dan geen ‘ontsnappen’ meer aan was.
Ik stond op, liep met mijn kopje in mijn hand langs Jelle, aaide hem over zijn bol en zei: “Je hebt gelijk Jelle, volgende keer moet ik het anders zeggen als ik echt wil dat jij het even doet.”
Ik zette mijn kopje op het aanrecht en liep met een glimlach terug naar de klas.

Een dag niets geleerd, is een dag niet geleefd.

Karin Donkers
Edublogger/Lid Bloggerscollectief HetKind
Tot 1 augustus 2015 Schoolleider op een school voor OntwikkelingsGericht Onderwijs
Heden trainer, projectleider en adviseur Onderwijs

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.