‘Eigendomsrecht’ in de zandbak volgens kleuters?

IMG_1453.JPG

Even knipperde ze met haar ogen maar al snel bleven die dicht en werd haar ademhaling rustiger. De tranen rolden niet verder meer, maar bleven roerloos op haar wangen liggen. Ze trok haar beentjes op en draaide zich op haar zij. Als een reflex verdween haar duim in haar mond en al snel zakte ze in een diepe slaap.
Het bedje in de huishoek was blijkbaar een goed alternatief voor haar eigen bed.
4 jaar, net op school en volledig uitgeput.

Zo’n 15 minuten geleden nog in een heftige ruzie verwikkeld, waar ze niet veel verder kwam dan lelijke taal uitslaan en in het rond ‘maaien’ met een schep.
Ze had daarbij een klasgenootje geraakt die natuurlijk meteen gillend naar mij toe was gelopen. Zo klein als ze waren, maakten ze het geluid van twee bekvechtende buurvrouwen die allebei van mening waren dat zij het beste wisten of de bramenstruik in het plantsoen al dan niet eigendom was van een van beide vrouwen.

Ook hier ging het over het ‘eigendomsrecht’ maar dan over het plekje in de hoek van de zandbak, waar ze natuurlijk allebei tegelijk een start wilden maken met hun zandkasteel. Deze jonge kleuters speelden nog naast elkaar en van enig overleg was natuurlijk geen sprake. Het dichtbij komen van de een vormde een bedreiging voor de ander. Nog niet de vaardigheden die nodig waren voor goed overleg of het maken van een gezamenlijk plan. Zoals een hond die zijn territorium afbakent door het plaatsen van zogenaamde ‘geurvlaggen’, waren deze meisjes hun stukje zand aan het bewaken met de enige vaardigheid die ze thuis tot nu toe hadden meegekregen, schreeuwen en slaan. Allebei uit een gezin waar huiselijk geweld aan de orde van de dag was en een goed voorbeeld in probleemoplossend vermogen ver te zoeken.

Ik was met het ‘slachtoffertje’ teruggelopen naar de zandbak om samen te praten over hetgeen er was gebeurd. Als een wilde kat in het nauw, begon Maaike meteen weer te schreeuwen dat ze het niet expres had gedaan en dat ze gepest werd. Bang voor mijn reactie of de eventuele straf die ze zou kunnen verwachten. Ze wist immers niet beter dan als je iets had ‘geflikt’ je ook straf zou krijgen. Dit was ook de taal die ze thuis te horen kreeg.
Ik ging op de rand zitten en Suzy nam automatisch plaats naast me. Ze huilde niet meer maar keek wat verdwaasd naar Maaike die nog steeds bezig was om ons op afstand te houden door allerlei oorzaken van haar gedrag al schreeuwend aan ons uit te leggen.

“Maaike.” zei ik op een stil moment tussen haar razernij door. “Kun je me ook vertellen wat nou precies het probleem is zodat we samen kunnen nadenken over een oplossing.” “Je bent nu wel heel erg boos, maar Suzy heeft de klap met jouw schep gekregen en vind je niet dat die eigenlijk ook best een beetjes boos op jou mag zijn?” Suzy keek me aan en ik voelde dat ze blij was met dit stukje erkenning van het geen haar was aangedaan. Maaike wist zich met deze vraag duidelijk geen raad. Het was natuurlijk ook zo’n vraag waar je als vierjarige, niet gewend om überhaupt te praten, geen kant mee uit kon. Maar blijkbaar had het wel zoveel impact dat ze rustig werd en snikkend bij ons op de rand kwam zitten.

“Kusje erop, over.”, duidelijk een poging om ‘het’ goed te maken maar voor mij ook een mogelijkheid om nu wat rustiger over het voorval te praten. “Hoe zouden we het volgend keer anders kunnen aanpakken?” “Hoe lossen we het op als er twee meisjes in hetzelfde hoekje van de zandbak willen spelen?”
We babbelden nog wat door en kwamen tot de oplossing om dan misschien volgende keer samen een kasteel te maken. En natuurlijk begreep ik dat het ook een volgende keer niet meteen goed zou gaan en dat ze ook de komende tijd elkaar wel ‘tegen zouden komen’. Maat voor nu was het even goed.

Het was tijd om naar binnen te gaan en in de kring zag ik dat het incident meer met Maaike had gedaan, dan ik had gedacht. Ze gaapte en schoof wat heen en weer op haar stoel. Volledig lam geslagen en moe met nog steeds wat langzaam naar beneden lopende tranen. Ze was ‘uitgelogd’ en teruggetrokken in haar eigen wereldje. Toen ze mocht kiezen uit de kiesbak, koos ze een vork die symbool stond voor haar keus voor het spelen in de huishoek.
Vrijwel meteen kroop ze in het kinderledikantje en zei tegen de kinderen die ook voor het huishoekspel gekozen hadden:” Ik ben wel kindje.” Waar er normaliter toch eerst wat kissebissen ontstond en wat heen en weer overleg om vervolgens tot een compromis te komen, legden dit keer de drie andere kinderen zich onmiddellijk neer bij de keuze van Maaike om kind te zijn.
Binnen twee minuten was ze vertrokken, volledig uitgeput door het conflict en de daarbij behorende gesprekjes en emoties. Ze was het zo niet gewend.
“Sssstttt.” zeiden haar speelmaatjes, “Het is bedtijd, Maaike is moe en ze moet gaan slapen.”

Vanaf een afstandje sta ik te kijken. Heerlijk weer eens zo’n dagje kleutergroep!

Meer weten over Sociaal? Vaardig!

Rol spelontwikkeling bij weerbaar maken zwakke leerlingen

Publicatie op HetKind

IMG_2756-0.JPG

Karin Donkers schoolleider op een
school voor OntwikkelingsGericht Onderwijs
Twitter; @kardonsch

Eén reactie op “‘Eigendomsrecht’ in de zandbak volgens kleuters?”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.