En dan zijn ze allemaal even teruggeworpen op zichzelf

“Karin, Thijs is gevallen en hij beweegt niet meer.”
In de centrale ruimte waar ik met een leerkracht even na een klassenconsultatie aan het napraten was, was het meteen helemaal stil.
Ilse stond naast me, met de paniek in haar ogen, aan mijn arm te trekken.
Ze had een korte broek en een t-shirt aan en op deze stormachtige dag, waarop het onophoudelijk regende, was dat niet de meest voor de hand liggende kleding. Het verraadde echter wel meteen de locatie waar het ongeval gebeurd zou moeten zijn.
Ik aarzelde geen moment, pakte mijn mobiel van de tafel en ging met haar mee.
Ilse schreeuwde nog even door de centrale ruimte dat het allemaal echt heel erg was en ik zei haar dat ze dat niet moest doen want dan zouden we de jongere kinderen alleen maar ongerust maken.
De trap naar de gymzaal leek wel veel meer treden te hebben als normaal, maar dat had ook duidelijk te maken met de angst voor wat ik aan zou aantreffen.

Op de grond lag Thijs met zijn ogen dicht en terwijl zijn juf naast hem neer knielde, vroeg ik de gymdocente om de nodige informatie. We besloten een ambulance te bellen hoewel de ogen van Thijs inmiddels als weer open waren.
De leerlingen uit de klas hadden nog niet allemaal in de gaten wat er gebeurd was, maar bij het woord ssstttt en ambulance, heerste er een absolute stilte in de groep.
Elke beweging werd gestaakt en rustig namen de leerlingen plaats op de grond of de banken. Een enkeling bleef staan en een koppeltje vaste vriendjes had zich om het slachtoffer heen geschaard. De alarmcentrale verbond me door en toen ik de telefoon door kon geven aan de gymdocente die verder ging met het doorgeven van alle details aangaande zijn val, was ook Thijs weer bij kennis. Hij huilde en dat had een aanstekelijke werking op de rest van de groep. Al snel stonden er meerdere leerlingen te huilen en zochten ze troost in elkaars armen.

Ik ‘mocht’ naar buiten om de ambulance ‘op te vangen’ en toen die gearriveerd was, werd al snel duidelijk dat het voor alle partijen rustiger zou zijn als de leerlingen naar de kleedkamers zouden gaan om zich om te kleden. Anders dan normaal was daar nu geen toezicht en al snel stonden de eerste leerlingen voor de ramen te kijken naar de plek des onheils.
Ik keek vanuit de gymzaal naar boven en besloot dat Thijs op dit moment aandacht en goede zorg genoeg had. Zijn leerkracht ging mee en beloofde nogmaals de ouders te bellen die we op zo’n 4 verschillende telefoonnummers maar niet te pakken kregen.
In de kleedkamer trof ik huilende leerlingen aan en ik zei ze dat ik begreep dat ze bezorgd en verdrietig waren. maar dat we nu moesten zorgen dat juf zich over hen geen zorgen hoefden te maken. “Kleed je lekker aan, ga naar het lokaal en probeer daar rustig samen aan het werk te gaan, wat te lezen of te tekenen. Zodra ik nieuws heb, kom ik naar jullie toe.”
Even troostte ik nog een meisje maar ook met haar sprak ik af dat ze naar de klas zou gaan en zou proberen om haar gedachten wat te verzetten. “Thijs is weer bij kennis, hij praat en kan zich bewegen. Nu gaan de ambulancebroeders even met hem praten en wat ‘testjes’ doen om te kijken of hij mee moet voor onderzoek naar het ziekenhuis.”
Deze woorden en het geloof in goede zorg waren ook voor haar geruststellend genoeg om haar gymtas te pakken en naar haar lokaal gaan.
Ik liep nog even naar beneden en al snel werd duidelijk dat Thijs toch mee zou gaan voor onderzoek. De afstemming vond plaats. De leerkracht van Thijs ging mee naar het ziekenhuis in de ambulance en zou ook de ouders blijven bellen. Ik zou de groep opvangen en de rest van de middag begeleiden.

Ik liep naar boven, hing mij jas weg en liep naar het lokaal van groep 7 waar ik een hele rustige groep leerlingen trof. Er draaide een film van ‘MR Bean’ op het digibord, die onmiddellijk bij mijn binnenkomst werd uitgezet.
“Heeft juf Maartje gedaan hoor. Om ons een beetje vrolijker te maken. We kijken dit wel vaker en dat leek ons een goed idee.”
Het leek alsof in die zin een verontschuldiging zat, terwijl ik juist enorm blij was met de manier waarop ze het aangepakt hadden. Ik sprak dat ook uit en vertelde dat ik trots op ze was, hoe ze elkaar gesteund hadden en ze ondanks dat het moeilijk was om naar de klas terug te gaan en hun klasgenootje onwetend achter te laten, ze dit toch hadden gedaan. Hun juf kon nu immers met een gerust hart mee naar het ziekenhuis.

Dit was ook het moment dat opnieuw de ‘tranen’ kwamen, soms luid maar soms ook heel stil of helemaal niet. Feilloos voelden de leerlingen aan waar een geruststellende arm nodig was of een relativerend woord. Hier was sprake van een echte groep die de verschillen in emoties en de uitingen daarvan volledig accepteerden van elkaar.
En natuurlijk kwamen de eigen ervaringen aan de ‘beurt’, werden er angsten uitgesproken en werden de eigen verhalen over ongelukken aangedikt. Maar het was goed zo. Even zag ik aan het koppie van Ans dat het inderdaad genoeg was zo. Ze zag bleek en had nog niets gezegd.

Toen de film weer werd aangezet, doken er een aantal leerlingen in hun boek en waren anderen aan het werk om een kaart en een brief voor Thijs te maken, maar Ans deed niets en keek voor zich uit.
Ik ging naast haar zitten en vroeg of ze nog wat wilde praten.
“Nee hoor.” zei ze. “Ik vind het alleen zo moeilijk om te zien hoe we allemaal zo verschillend zijn en op welke manieren we hier mee om gaan. Ik weet het allemaal niet zo goed. Ik weet niet of ik wil huilen of wat ik moet zeggen.”
“Dat is ook moeilijk Ans, omgaan met dit soort situaties kun je niet leren. Je weet immers nooit hoe je gaat reageren. Maar je kunt er wel voor elkaar zijn en elkaar helpen. Er is geen goed of fout.”
Ze keek me aan en ik hoopte dat dit antwoord op dit moment voldoende was. Meer tijd kreeg ik ook niet want de beste vriend van Thijs, die geroepen was om zijn jas te zoeken, rende huilend de klas in.
“Misschien komt het wel nooit meer goed en wordt het nooit meer hetzelfde in onze groep.”
Ik draaide me nog even naar Ans en zag dat ze knikte als gebaar van ga maar naar hem toe. Hij heeft je meer nodig nu. Of was dat mijn eigen interpretatie.

Steven die anders toch een beetje de macho van de klas was, stond al snikkend tegen me aan en ik probeerde hem te troosten met het uitspreken van clichés als: “Hij is in goede handen. We kunnen niets anders doen dan afwachten.”
Hij droogde zijn tranen en beet zich vervolgens samen met Anne helemaal vast in net schrijven van een brief naar Thijs, namens de groep. ”
En natuurlijk werd de brief voorgelezen aan de hele groep en knikten alle leerlingen instemmend. Twee zelfgemaakte kaarten rouleerden door klas en iedereen schreef daar een persoonlijke boodschap op.

Lieve Thijs

Het ging allemaal zo snel
We schrokken er allemaal heel erg van
Veel kinderen moesten huilen
We vonden het allemaal heel moeilijk
We hebben er nog met juf Karin over gepraat
We missen je allemaal heel erg
We hopen dat je snel weer terug komt

Veel liefs Anne en Steven en de rest van de klas.

Rustig en wat verslagen liepen de leerlingen door de centrale ruimte, de trap af naar beneden, pakten hun jas en zeiden nog even : “Dag Karin tot morgen.”
Ik liep terug naar boven en terwijl ik op weg was naar het lokaal van groep 7 , zag ik een door leerlingen gemaakte poster hangen. Op de poster stonden allemaal goudkleurige handafdrukken en de tekst;

“Als één iemand niet gelukkig is, is niemand gelukkig.” – Kanamori

Ik stond stil en bedacht me dat dat was wat ik gevoeld had in de groep vanmiddag. ‘Het lot’ van Thijs was onlosmakelijk verbonden met het welbevinden van deze groep. Wat een prachtige ervaring.

Bron;
Japanse levenslessen

“Als één iemand niet gelukkig is, is niemand gelukkig.” Marcel van Herpen

De namen van de leerlingen zijn veranderd i.v.m. hun privacy.

Karin Donkers,
schoolleider op een school voor
Ontwikkelingsgericht Onderwijs
Edublogger
Bloggerscollectief HetKind

Twitter; @kardonsch

Publicatie op HetKind

IMG_2756-0.JPG

Eén reactie op “En dan zijn ze allemaal even teruggeworpen op zichzelf”

  1. WoW,stil van. Want wat mooi om te lezen hoe een groep kinderen dit doet. En hoe ze de ruimte krijgen om hun verdriet en angst een plek te geven. Goed gedaan Karin!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.