En mijn tas. Die hoort daar niet.

De datum 1 september behoort inmiddels tot het verleden en we tellen nu door van het heden naar de toekomst. En dan zijn we een ruim week verder, het is 11 september. De afgelopen weken hebben voor mij toch in het teken gestaan van plaatsmaken en dan in de meest letterlijke betekenis van het woord. Een kamer leegmaken, zijn toekomstige kamer klaarmaken en dus mijn slaapkamer, waar ik inmiddels zo’n 32 jaar slaap, ontruimen. Ik, nou wij dus, verhuizen met ons bed naar de logeerkamer en de spullen uit de logeerkamer naar het kleine werkkamertje. Hij heeft ruimte nodig, ruimte voor zichzelf en zijn spullen. Ik begrijp dat als geen ander, maar het vraagt om inschikken, inleven en aanpassen. En dat voor een vrouw die een eengezinswoning tot minimum ruimte voor een eenpersoonshuishouden heeft bestempeld. Moeite met weggooien, van alles sparen en herinneringen koesteren. Nu moest alles door mijn handen en vele ritjes grofvuil en kringloop volgden. Afscheid nemen van dingen die ik tot op heden altijd had bewaard. Geen idee waarom, maar blijkbaar was wegdoen nog te moeilijk of ik gewoon te gemakzuchtig. Het maakt dat ik een glimlach op mij gezicht krijg en dat er af en toe een traan over mijn wang rolt. Weer een fase afgesloten en losgelaten.

En mijn tas, mijn tas die overal altijd welkom was. Die tas, die ook wel mijn leven noem, moet zich ook aanpassen. 

Ik: “Waarom wachten, we worden oud? We hebben het toch fijn samen, maar ik wil niet meer uit een koffer leven, op en neer van Alkmaar naar Rotterdam en afscheid nemen om vervolgens de rest van de week via videobellen contact te houden.”

Hij: “Wat nou, we worden oud! We hebben nog een heel leven voor ons. Ik word net als mijn moeder minstens 84, dus we hebben nog ruim 20 jaar.” 

En de Rotterdammer komt naar Alkmaar. 

Wat is er veel veranderd de afgelopen 16 maanden en toch voelt het zo natuurlijk. Die volgende stap, het samenwonen. Natuurlijk is dat helemaal niet zo en moet ik niet doen alsof dat wel zo is. Twee mensen, 12 en 5 jaar alleenwonend en dan samen verder. Het is nogal wat. Twee mensen samenvoegen en leven in één huis. En dan heb ik het alleen nog maar over de spullen. Een shitload aan spullen, zo noemde hij de 50 dozen met boeken en lp’s aangevuld met gitaren, versterkers, opnamespullen en twee piano’s. Deze shitload wordt vervolgens nog eens uitgebreid met meubels, waaronder een veel te groot kanariegeel bureau, lampen en kleding van de afgelopen pak weg 20 jaar. Een verhuiswagen vol met zijn shitload, ingepakt maar nog niet gereinigd, wordt afgeleverd in Alkmaar. En uitgeladen door woest uitziende, bezwete en van onder tot boven getatoeëerde mannen. 

En hij? 
Ik krijg een app: ”Ik pak rustig mijn tas en rij dan jouw kant op.” 
Hij koopt nog een pakje shag en twee kroketten bij de benzinepomp onderweg. 

Hij: ”Je moet contant betalen en ik heb gezegd dat als ze mijn bureau naar boven krijgen, ze €25,- de man extra krijgen. Vraag Hans, de buurman, anders even om af te rekenen met die lui. Misschien fijner voor jou.”

En daar gingen mijn ‘veren’. Wat nou. 
“Eh, ik heb 12 jaar lang alles alleen moeten doen en regelen. Dus dat afrekenen met deze lui gaat me ook nog wel lukken hoor.’” 

En daar staat het dan. Een piano, een fauteuil en een theekastje, een absolute ‘must’ om een plek in de woonkamer te krijgen en de shitload in de oorspronkelijke slaapkamer. 
De deur van de opslag slaapkamer gaat dicht. Eerst een boekenkast die de grote hoeveelheid boeken kan herbergen. Maar af en toe ook weer open. Nog een tafeltje is nodig of een kruk. Alles moet een plek krijgen, een vaste plek met zijn spullen erop, zijn boek, zijn pijp. 

“In elke hoek van de kamer staat er nu wat van mij.” zegt hij tegen de buurvrouw die het kastje bewondert. Een tafeltje met zijn boeddha en wierook, een piano met kruk, een theekastje voor de mooie glazen en flessen drank en de fauteuil waar nog een bijzettafel bij moet voor zijn boek. Langzaam maar zeker verhuizen er spullen naar beneden. Even benauwt het me. De veelheid, volheid en zijn eclectische inrichting, zoals hij het noemt. Maar het voelt echt goed en fijn. 
“We hebben de rest van ons leven om uit te pakken en in te richten, dus relax.”

Ik gooi na het boodschappen doen mijn leven, mijn tas, op zijn stoel. Nu onze stoel. Toch?

Hij kijkt me aan en ik kijk hem vragend aan. 
Hij: “Die tas die moet echt niet op mijn stoel. Die hoort daar niet.”
Ik lach, in de veronderstelling dat hij een grapje maakt. Ik reageer verder niet.

Even later, voor hij naast me op de bank komt zitten om een film op Netflix te kijken, pakt hij de tas van de stoel en zet hem op de grond.

“Dat meen je niet.”
Hij die zelfs zijn roeitoestel al kapstok gebruikte en de vensterbank als opslagplaats voor binnengekomen bij Bol bestelde pakje?

Hij kijkt me streng, maar lachend aan: “Ja, maar niet op deze stoel. Het hoort hier niet zo.”

“Oh ja, ook dat is samenwonen,” bedenk ik me als we de volgende dag thuiskomen van onze fietstocht naar de markt en mijn tas op de grond naast de stoel zet. 
Het zal echt wel wennen.

Die eigenaardigheden, toch….

Karin Donkers, schoolleider, moeder, oma en partner van…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.