Wat maakt dat we trots zijn op onze kinderen, op onze leerlingen?

Trots-als-een-pauw

Opleiding en carrière
Wat maakt dat we trots zijn op onze kinderen, op onze leerlingen? Met deze vraag in mijn hoofd reed ik naar huis. Ik kwam terug van een verjaardag waar dit een van de onderwerpen was geweest. Niet zo zeer deze vraag als wel het onderwerp ‘trots’. Vol enthousiasme vertelden daar een drietal vrouwen over wat hun kinderen tot nu toe bereikt hadden. Welke opleidingen hun kinderen deden of hadden gedaan en wat voor baan ze hadden. Ze waren duidelijk trots op hun kinderen en de mooie studies of carrières. Natuurlijk werd het ook aan mij gevraagd en ik vertelde over mijn twee kinderen waarvan er een HBO had gedaan en de ander nog studeerde. Ik had er een beetje moeite mee en ik vroeg me af waarom. Ik was eigenlijk gewoon trots op het feit dat ze na het overlijden van hun vader zo goed in staat waren geweest om hun leven weer op te pakken.

Irritatie
Tegenover me zat een dame die tot dan nog niets gezegd had en zich ongemakkelijk voelde. Ook zij zou aan de beurt komen om iets te vertellen. Het hoe en wat van mijn irritatie werd me duidelijk toen aan mij gevraagd werd voor de zoveelste keer: “En wat gaat ie dan met zo’n opleiding doen”. Met die ‘íe’ werd mijn zoon bedoeld die na zijn studie Filosofie en Literatuurwetenschappen, nu Internationale betrekkingen studeerde. Deze vraag was mij heel dikwijls gesteld en ik werd er een beetje ‘moe’ van. Het straalde iets uit van “Wat moet ie daar nou mee?” “Nou”, zei ik: “Ik hoop dat hij in ieder geval heel gelukkig wordt.” “Laten we eerlijk zijn dat is toch het belangrijkste.” Ik weet dat er een beetje sarcastische ondertoon in mijn stem klonk. Maar ik baalde van de nadruk op opleidingen en carrière, alsof dat allemaal zaligmakend was. Even keken drie van de vier dames me wat meewarig aan en ze aarzelden geen moment en wendden zich tot het laatste ‘slachtoffer’. Het was blijkbaar niet het antwoord dat ze wilde horen.

Zoektocht
“Ik heb niet veel om trots op te zijn”, begon ze. “Na jaren aanmodderen om de geschikte school te vinden, is het nog steeds niet gelukt om een diploma te halen.” Ik schrok van deze uitspraak en voelde een rilling door me heen gaan. Alsof trots te maken heeft met een opleiding. Het bleef stil in de kamer en er werd geen vervolgvraag gesteld. “Jeetje, dat klinkt heftig”. ”Vertel eens?” zei ik. Deze 5 woorden waren blijkbaar genoeg. Het was alsof er een stop uit een bad met water werd getrokken. Een gedetailleerd verhaal over de zoektocht naar herkenning en erkenning, de dichte deuren die ze onderweg tegenkwamen en de frustratie die dat met zich meebracht. Vol overgave en liefde vertelde deze vrouw over haar dochter en dat terwijl haar eerste opmerking toch heel anders deed vermoeden. Vier vrouwen zaten ademloos en met een diep respect voor haar doorzettingsvermogen te luisteren. “En weet je, ze is nu zo gelukkig met haar baantje in de supermarkt.” eindigde ze haar betoog. Meteen verscheen er een glimlach op mijn gezicht. “En jij hebt niets om trots op te zijn?” Wat onzeker keek ze me aan, maar aan haar ogen te zien begrepen we elkaar. Ik keek haar vragend aan. “Wel he?” zei ze en ze keek snel naar haar frummelende handen op haar schoot.

Mooi opdrogen
Als schoolleider van een basisschool spreek ik nog dikwijls ouders van oud-leerlingen. Maar ook leerlingen die al jaren van school zijn, komen nog regelmatig even vertellen hoe het met ze gaat. Ik woon in de wijk waar ik werk en zie velen van hen zich ontwikkelen. Het is soms niet te begrijpen hoe deze pubers en jong volwassenen terecht zijn gekomen. Kinderen met een hele moeilijke start die zo verschrikkelijk ‘mooi opdrogen’. Ik heb het dan niet alleen over de ‘lelijke eendjes’. Kinderen die net wat meer moeite moeten doen om er bij te mogen horen door hun uiterlijk. Maar vooral over kinderen uit hele onstabiele of verdrietige thuissituaties of kinderen die door hun intelligentie of anderszins een best moeilijke schooltijd hebben gehad of het zo hebben ervaren. Met anderszins bedoel ik dan leerlingen met een al dan niet een terecht toegekend label ADHD, Dyslexie, Autisme, Hoogbegaafdheid, PDDNOS ed. Deze kinderen hadden dikwijls geen hoge scores op toetsen, gewoon omdat ze het niet ‘konden’, te weinig tijd hadden, te onzeker en faalangstig waren, het stil zitten moeilijk vonden of niet tegen de druk opgewassen waren. Nou ik kan je vertellen dat ik dan echt supertrots ben als ik deze jong volwassenen binnen zie komen met de vraag om een maatschappelijke stage te mogen doen op onze school, met hun diploma, met verhalen over de baan die ze hadden gekregen of als ouders van toekomstige leerlingen. Wij hebben daar als school een stukje aan mogen bijdragen. Wij hebben ze naast rekenen, taal en andere cognitieve vakken, die bij deze kinderen lang niet altijd even goed ‘uit de verf’ kwamen, heel veel andere essentiële vaardigheden geleerd. Je hoopt dat je deze kinderen met een moeilijke start in ieder geval het vertrouwen en geloof in zichzelf en de ‘wereld’ kunt meegeven. En ik kan je zeggen dat ik dan als schoolleider trots ben op ‘mijn’ kinderen, ‘mijn’ leerlingen. Trots, het lijkt een woord dat samenhangt met hoge opbrengsten en goede resultaten. En dat is ook zo, maar dan wel in de breedste zin van het woord.

 

4 reacties op “Wat maakt dat we trots zijn op onze kinderen, op onze leerlingen?

  1. Treffend verhaal, uit het hart geschreven. Mooi en warm! Ik heb het zelf altijd over de glunderfactor. Als het kind zelf glimt omdat het iets gedaan of bereikt heeft, vier ik het feestje mee. Dat voel je van binnen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.